direct naar inhoud van Artikel 14 Leiding - gas
Plan: Overbrakerpolder 2013
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0363.E1005BPSTD-OW02

Artikel 14 Leiding - gas

14.1 Bestemmingsomschrijving
  • a. De voor 'Leiding - gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, de instandhouding en bescherming van gasleidingen.
  • b. De dubbelbestemming Leiding - gas is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen.
  • c. Voor zover de dubbelbestemming Leiding - gas geheel of gedeeltelijk samenvalt met andere dubbelbestemmingen, is de dubbelbestemming Leiding - gas primair ten opzichte van de overige dubbelbestemmingen.
14.2 Bouwregels

Binnen deze dubbelbestemming mogen gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van deze dubbelbestemming worden gebouwd.

14.3 Omgevingsvergunning
  • a. Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het dagelijks bestuur (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden), de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:
    • 1. het aanbrengen van hoogopgaand en/of diepwortelende beplanting, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting;
    • 2. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging;
    • 3. het verrichten van grondroeractiviteiten (b.v. het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage) anders dan normaal spit- en ploegwerk;
    • 4. diepploegen;
    • 5. het aanbrengen van gesloten verhardingen;
    • 6. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen;
    • 7. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen;
    • 8. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.
    • 9. het indrijven van voorwerpen in de bodem
  • b. Alvorens te beslissen op een aanvraag zoals bedoeld in onder a, wint het dagelijks bestuur schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder. Het vermelde advies betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding.
  • c. De werken en/of werkzaamheden als bedoeld in onder a zijn slechts toelaatbaar indien en voor zover dit niet strijdig is met de belangen vermeld onder b.
  • d. Het onder a vervatte verbod geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden:
    • 1. voorkomen op de beplantingslijst van de leidingbeheerder;
    • 2. mechanisch worden uitgevoerd en daarmee vallen onder de werking van de Wet Informatie Uitwisseling Ondergrondse Netwerken;
    • 3. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
    • 4. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;
    • 5. worden uitgevoerd t.b.v. van de instandhouding van de leiding(en).