direct naar inhoud van Artikel 11 Natuur
Plan: Lutkemeerpolder
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0363.F1003BPSTD-OW01

Artikel 11 Natuur

11.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. behoud en ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden;
  • b. water, watergangen, oeververbindingen en schouwpad;
  • c. extensief dagrecreatief medegebruik;

met de daarbij behorende:

  • d. voet- en fietspaden;
  • e. bruggen;
  • f. nutsvoorzieningen;
  • g. kunstwerken;

alsmede voor:

  • h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - bastion/uitkijkpost', een bastion;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - dierenbegraafplaats', voor een dierenbegraafplaats;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - stadslandbouw', stadslandbouw met de daarbij behorende (agrarische) bedrijfsgebouwen, horeca- en detailhandel;

met dien verstande dat:

  • k. in de eerste plaats het bepaalde in artikel 16 van toepassing is voor zover de gronden mede zijn bestemd voor Leiding - Leidingstrook;
  • l. in de eerste plaats het bepaalde in artikel 17 van toepassing is voor zover de gronden mede zijn bestemd voor Waterstaat - Waterkering.
11.2 Bouwregels

Op en onder de in lid 11.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd worden;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - stadslandbouw' gelden de volgende bouwregels:
    • 1. maximum oppervlakte bedrijfsgebouwen: 600 m2:
    • 2. maximum bouwhoogte: 5 meter:
    • 3. maximum goothoogte: 3 meter:
    • 4. maximum bebouwingspercentage: 100%:
  • c. behoudens ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - stadslandbouw, mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de volgende maxima:
    • 1. bouwhoogte bastion/uitkijkpost: 15 meter;
    • 2. bouwhoogte kunstwerken: 5 meter;
    • 3. bouwhoogte overige bouwwerken geen gebouwen zijnde: 2 meter.
11.3 Specifieke gebruiksregels
11.3.1 Strijdig gebruik

In aanvulling op het algemene gebruiksverbod in artikel 20 wordt tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken ten dienste van:

  • a. verblijfsrecreatie;
  • b. gemotoriseerd verkeer (met uitzondering van hulp en beheerdiensten);
  • c. parkeren.
11.3.2 Stadslandbouw

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - stadslandbouw' geldt dat maximaal 350 m2 mag worden aangewend voor horeca- en detailhandelactiviteiten in het kader van die stadslandbouw.

11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
11.4.1 Algemeen

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van het dagelijks bestuur de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het dempen of graven van waterlopen en/of waterpartijen;
  • b. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden;
  • c. verbreden of verdiepen van plassen, sloten of andere watergangen;
  • d. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen of aanleggelegenheden;
  • e. het aanleggen en/of verharden van paden;
  • f. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, met een oppervlakte van meer dan 15 m¬≤;
  • g. het planten van bomen en opgaande beplanting;
  • h. het verwijderen van bomen, houtgewas, de verwijdering van bodemvegetaties, riet en andere oevervegetatie;
  • i. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het extensieve dagrecreatief medegebruik of het natuur- en milieu-educatief medegebruik;
  • j. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse energie-, transport- en/of communicatieleidingen.
11.4.2 Uitzondering

Het in lid 11.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:

  • a. het normale onderhoud en beheer betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;
  • c. noodzakelijk zijn voor het aansluiten van bouwwerken op het net van openbare nutsvoorzieningen.
11.4.3 Voorwaarden
  • a. De in lid 11.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de in 11.1 genoemde waarden.
  • b. De in lid 11.4.1 genoemde omgevingsvergunning moet worden geweigerd indien de in 11.1¬†genoemde waarden onevenredig worden aangetast en dat niet kan worden voorkomen door voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen.