direct naar inhoud van 3.5 Beleid stadsdeel Nieuw-West
Plan: Lutkemeerpolder
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0363.F1003BPSTD-OW01

3.5 Beleid stadsdeel Nieuw-West

3.5.1 Natuurvisie

Om een juiste afweging te maken tussen recreatie en natuur in de Tuinen van West is informatie over de ecologische waarden van het gebied essentieel (zie afbeelding 12). Met dit doel is de Natuurvisie (vastgesteld 9 februari 2010) door de stuurgroep Tuinen van West opgesteld.

afbeelding "i_NL.IMRO.0363.F1003BPSTD-OW01_0012.jpg"

Afbeelding 12: Natuurvisie

De Tuinen van West omvat een gebied voor weidevogels, bos- en tuinvogels en andere diersoorten. Er leven ruim 150 diersoorten die wettelijk beschermd zijn. De natuurwaarde is daarmee zeer hoog. De nieuwe plannen vanuit het Programma van Eisen voor de Tuinen van West hebben zowel voor- als nadelen voor de dieren in het gebied. Om de natuurwaarde in de toekomst hoog te houden moet bij de inrichting en het beheer van het gebied rekening worden gehouden met verschillende voorwaarden als het oplossen van knelpunten tussen natuur en recreatie en het verbinden van ecologische deelgebieden.

3.5.2 Beeldkwaliteitplan Tuinen van West

Het beeldkwaliteitplan Tuinen van West (vastgesteld 9 februari 2010) gaat dieper in op de landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische aspecten van het gebied. In het beeldkwaliteitplan Tuinen van West is zowel in woord als beeld de herkenbaarheid (samenhang tussen de vier polders) als de belevingswaarde (identiteit van de afzonderlijke polders) beschreven.

De invulling van het gebied met nieuwe functies moet zorgvuldig gebeuren met betrekking tot zowel kwaliteit als kwantiteit. Onzorgvuldige invulling gaat ten koste van de schaal en dus de beleving. Zelfs met groene functies kan de schaal verloren gaan als de verhouding open - dicht te radicaal wordt veranderd. Uitgangspunt voor de plaatsing van functies is waarborging van de schaal, dat wil zeggen de maat van de ruimten en de doorzichten. Hiertoe moeten bestaande patronen worden afgemaakt zonder nieuwe patronen te introduceren. De belangrijkste ruimtelijke conclusies (met betrekking tot de Lutkemeerpolder) zijn:

  • Er moet zoveel mogelijk samenhang komen tussen de ruimten ten oosten en ten westen van de
    Westrandweg;
  • De doorgangen van de Westrandweg moeten zeer hoogwaardig en, landschappelijk gezien, consistent worden vormgegeven;
  • De schaal van de Lutkemeerpolder moet zoveel mogelijk zichtbaar blijven. De mate van openheid in de noord oost hoek is hierin cruciaal;
  • De natuur en de beleving daarvan, moet een integraal onderdeel van de Tuinen van West worden;
  • Het routenetwerk, zowel regionaal en lokaal, moet worden versterkt;
  • Cultuur Historisch gezien heeft de Tuinen van West een hoge potentie. Voor de landschapsstructuren zijn dit landschappen als de middeleeuwse slagenverkaveling van de Osdorperbinnenpolder Zuid en de droogmakerij de Lutkemeer. Voor bebouwing zijn dit gebouwen als de 1800 roeden, het voormalige schoolgebouw aan de Osdorperweg en de prachtige gedecoreerde boerderij aan de Lutkemeerweg.
3.5.3 Beeldkwaliteitsplan Business Park Amsterdam Osdorp (fase 1)

Het Beelkwaliteitsplan Business Park Amsterdam Osdorp (2008) is opgesteld als handleiding voor architecten en als toetsingskader bij bouwplannen in fase 1 (deelgebied 1) van het bedrijfspark Lutkemeerpolder. Het beeldkwaliteitplan is het kader voor een hoogwaardige en duurzame ruimtelijke kwaliteit van de gebouwen en de openbare ruimte - mede in hun onderlinge samenhang. Het bevat de regels voor de kwalitatieve uitwerking.

Door de opzet van dit beeldkwaliteitplan blijft de flexibiliteit van het stedenbouwkundig plan behouden en worden alleen voorschriften en richtlijnen omschreven voor de aspecten die noodzakelijk zijn voor de gewenste sfeer en kwaliteit. De voorschriften en de richtlijnen zorgen voor continuïteit en samenhang, terwijl wel voldoende mogelijkheden voor variatie en interpretatie worden gewaarborgd.

Het beeldkwaliteitsplan doet kwalitatieve uitspraken over:

  • inrichting kavels;
  • vegetatie;
  • expeditie, parkeren en opslag;
  • positionering gebouwen;
  • architectuur en massa-opbouw.