direct naar inhoud van 5.7 Externe veiligheid
Plan: Lutkemeerpolder
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0363.F1003BPSTD-OW01

5.7 Externe veiligheid

5.7.1 Algemeen

De gemeente is verplicht ingevolge de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en het bepaalde in artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen onderzoek te doen naar de externe veiligheid. Daarbij wordt nagegaan aan welke risico’s toekomstige gebruikers van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van een risicobron met gevaarlijke stoffen zijn/worden blootgesteld. Het beleid inzake externe veiligheid is erop gericht om risico’s zoveel mogelijk te voorkomen door de kans op het ontstaan van een calamiteit en de effecten daarvan te beperken. Daartoe is het van belang na te gaan of en welke maatregelen ten aanzien van de risicobron of in de ruimtelijke omgeving getroffen kunnen worden en of maatregelen mogelijk zijn die de zelfredzaamheid van burgers en de beheersbaarheid van een calamiteit kunnen optimaliseren.

De externe veiligheid wordt uitgedrukt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Kort gezegd geeft het PR de kans aan die een individuele burger loopt om te overlijden ten gevolge van een zwaar ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR geeft de kans aan dat een groep personen, die daadwerkelijk aanwezig is in het invloedsgebied van een risicobron, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het PR geldt een normering; voor het GR een verantwoordingsplicht. Voor het GR dient een bestuurlijke afweging plaats te vinden. Hierbij dienen zowel kwantitatieve elementen (hoogte van het GR) als kwalitatieve elementen, zoals de mate van zelfredzaamheid en de beheersbaarheid van ongevallen te worden meegewogen.

Op basis van normen op het gebied van externe veiligheid kan worden beoordeeld of ruimtelijke ontwikkeling in de nabijheid van risicobronnen toegestaan zijn.

Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Het besluit regelt onder meer de externe veiligheidsaspecten van buisleidingen. Het externe veiligheidsbeleid voor buisleidingen is hiermee in lijn gebracht met het beleid voor inrichtingen en voor vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. De regels in het besluit gelden voor de exploitant van een buisleiding en het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening.

Op grond van het Bevb geldt voor buisleidingen voor gevaarlijke stoffen de risicobenadering. Dit houdt in dat voorzien wordt in een basisveiligheidsniveau voor elke burger in de vorm van een grenswaarde en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico. Daarnaast geldt een verantwoordingsplicht voor het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening ten aanzien van het groepsrisico. Tevens is het bevoegd gezag verplicht om de brandweer in de gelegenheid te stellen tot het geven van advies.

Bij het vaststellen van een bestemmingsplan moet worden getoetst aan het plaatsgebonden- en het groepsrisico als gevolg van de leidingen voor transport van gevaarlijke stoffen.

5.7.2 Plangebied

In het kader van de planvorming is in 2010 een quickscan naar externe veiligheid uitgevoerd (zie nr.6, bijlage 1). Vervolgens is in 2011 een memo opgesteld ten aanzien van de externe veiligheidsrisico's leidingen voor gevaarlijke stoffen bestemmingsplan Lutkemeerpolder (Nieuw - West) (zie nr. 7, bijlage 1). Verder heeft de Brandweer Amsterdam-Amstelland op 8 februari 2012 een advies externe veiligheid gegeven (zie nr. 8, bijlage 1). Naast voorgaande onderzoeken is in 2008 een QRA gemaakt vanwege het LPG tankstation (Zwart's Automobielbedrijf B.V.) (zie nr. 5, bijlage 1). Vervolgens heeft in 2012 een extra groepsrisicoberekening plaatsgevonden (zie nr. 9, bijlage 1)

5.7.3 Vervoer gevaarlijke stoffen

Transportroutes (weg, water en spoor)

In de nabijheid van het plangebied liggen twee routes die zijn aangewezen voor vervoer van gevaarlijk stoffen (De snelweg A5 en de snelweg A9).

De A9 ligt parallel aan het plangebied, op een afstand van ongeveer 700 meter. De A5 nadert vanuit zuidelijke richting het plangebied, maar gaat middels het knooppunt Raasdorp over op de A9 (afstand > 700 meter).

Plaatsgebonden risico

Volgens de Circulaire Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen geldt voor deze routes een richtafstand voor het plaatsgebonden risico van 0 meter. Dit betekent dat in dit bestemmingsplan geen PR 10-6 contour, waarbinnen geen kwetsbare objecten zijn toegestaan, voor deze buisleidingen hoeft te worden aangehouden.

Groepsrisico

Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied voor het groepsrisico van snelweg A9 en de snelweg A5.

Verlengde A5 (Westrandweg)

De snelweg A5 wordt vanaf het knooppunt Raasdorp in noordelijke richting doorgetrokken richting het Amsterdamse havengebied. De doorgetrokken A5 zal aan het plangebied grenzen. Voor het deel van het plangebied waar deze weg komt te liggen geldt dat er tot op 30 meter vanaf de rand van de (geplande)weg aandacht moet worden besteed aan de mogelijkheid op een plasbrand (verbranding van een bijvoorbeeld door lekkage ontstane plas van brandbare vloeistof) bij het bestemmen van het gebied.

Advies Brandweer

De brandweer Amsterdam-Amstelland is gevraagd om advies uit te brengen over de externe veiligheidsaspecten van de verlengde A5. Op 9 maart 2012 is het advies van de brandweer ontvangen (ref. 02/RoEv-2012_P). Uit het advies de Brandweer blijkt dat een ongeval met tankwagens voor vervoer van LPG, benzine, acrylnitril en ammoniak het meest relevante risico vormen voor deze snelweg. Indien een dergelijk ongeval zich voordoet, zijn de mensen die in de omgeving van de snelweg verblijven over het algemeen voldoende zelfredzaam om te vluchten en/of te schuilen.

Er zijn volgens het advies van de brandweer in het bestemmingsplan geen aanvullende (ruimtelijke) maatregelen nodig om aan de eisen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico te voldoen. De brandweer adviseert wel om door goede communicatie vooraf en noodplannen de zelfredzaamheid te vergroten.

5.7.4 Risicoveroorzakende bedrijven/inrichtingen

Aan de zuid-oost zijde binnen het plangebied is een LPG-tankstation gelegen (Zwart's Automobielbedrijf B.V.). Afgezien van het LPG tankstation bevinden zich geen inrichtingen binnen, of in de omgeving van het plangebied waarmee vanuit het oogpunt van externe veiligheid rekening gehouden moet worden.

LPG tankstation Ookmeerweg 501

Aan de Ookmeerweg 501 bevindt zich een tankstation waar LPG wordt verkocht. Hoewel in het voorliggende bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen in ter plaatse van het LPG tankstation, of in de omgeving daarvan, worden toegestaan, dient het vaststellen van een conserverende bestemmingsregeling voor het LPG tankstation volgens het BEVI wel beschouwd te worden als een nieuw ruimtelijk besluit. Daarom zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van het LPG tankstation, ten behoeve van het voorliggende bestemmingsplan, in beeld gebracht door de Dienst Milieu en Bouwtoezicht van de gemeente Amsterdam.

Voor het bepalen van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van het LPG tankstation is uitgegaan van een LPG vulpunt met een maximale doorzet van 1.500 m3 per jaar.

In de planregels van dit bestemmingsplan is een beperking tot een maximale doorzet van 1.500 m3 per jaar opgenomen, daarmee kan in dit bestemmingsplan worden afgezien van het opstellen van een QRA (kwantitatieve risicoanalyse) voor het LPG tankstation. Daarnaast heeft de gemeente Amsterdam het voornemen deze beperking op te nemen in toekomstige omgevingsvergunning voor milieu van het LPG tankstation.

Plaatsgebonden risico

In 2008 is door de Dienst Milieu en Bouwtoezicht van de gemeente Amsterdam in beeld gebracht welke afstand voor nieuwe kwetsbare objecten dient te worden aangehouden in verband met plaatsgebonden risico van het LPG tankstation (Ruimtelijke beperkingen LPG tankstation Ookmeerweg, 20 maart 2008). Deze brief is opgenomen in de bijlage (zie nr. 5, bijlage 1) van de toelichting van dit bestemmingsplan.

Uit de brief van de Dienst Milieu en Bouwzicht blijkt dat volgens het REVI bij bestaande LPG tankstations een afstand van 40 meter van het vulpunt dient te worden aangehouden voor de PR 10-6 contour.

In 2010/2011 zijn ten noorden van het LPG tankstation een aantal bedrijfsgebouwen voor opslag en kantoor gebouwd. Deze bedrijfsgebouwen liggen buiten de PR 10-6 contour van het LPG tankstation en vormen vanwege de beperkte vloeroppervlakte geen kwetsbaar object in de zin van het BEVI.

Binnen de PR 10-6 contour van het LPG tankstation bevinden zich dan ook geen kwetsbare objecten, daarmee wordt voldaan aan de vereisten van het BEVI.

Groepsrisico

Volgens het REVI heeft een LPG tankstation een invloedsgebied van 150 meter vanaf het vulpunt. Binnen dit gebied dient het groepsrisico te worden verantwoord.

Ten behoeve van de verantwoording van het groepsrisico van het LPG tankstation heeft de Dienst Milieu en Bouwtoezicht van de gemeente Amsterdam een berekening van het groepsrisico van het LPG tankstation opgesteld (Groepsrisicoberekening LPG tankstation Ookmeerweg 501, 26 juli 2012). Deze berekening is opgenomen in de bijlage (zie nr. 9, bijlage 1) van de toelichting van dit bestemmingsplan.

Uit de berekening is gebleken dat de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, binnen het invloedsgebied van het LPG vulpunt, niet wordt overschreden. Volgens het uitvoeringsbeleid externe veiligheid van de gemeente Amsterdam, hoeft de verantwoording van het groepsrisico in dat geval niet als specifiek beslispunt te worden voorgelegd aan het bestuur van het stadsdeel Nieuw-West (paragraaf 5.3.2).

Omdat het groepsrisico binnen het invloedsgebied van het LPG-vulpunt onder de oriëntatiewaarde voor het Groepsrisico blijft en wordt voldaan aan het uitvoeringsbeleid externe veiligheid van de gemeente Amsterdam, is een nadere verantwoording van het groepsrisico niet nodig.

Advies brandweer

De brandweer Amsterdam-Amstelland gevraagd om advies uit te brengen over de externe veiligheidsaspecten van het LPG vulpunt. Op 9 maart 2012 is het advies van de brandweer ontvangen (ref. 02/RoEv-2012_P). Uit het advies de Brandweer blijkt dat een ongeval met tankwagen gevuld met LPG het meest relevante risico is voor een LPG tankstation. Indien een dergelijk ongeval zich voordoet, zijn de mensen die in de omgeving van het LPG tankstation verblijven over het algemeen voldoende zelfredzaam om te vluchten en/of te schuilen.

Er zijn volgens het advies van de brandweer in het bestemmingsplan geen aanvullende (ruimtelijke) maatregelen nodig om aan de eisen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico te voldoen. De brandweer adviseert wel om door goede communicatie vooraf en noodplannen de zelfredzaamheid te vergroten.

5.7.5 Buisleidingen

In het plangebied liggen twee buisleidingen (Kerosine en Kooldioxide) die onder de werking van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB) vallen. Daarnaast ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van het groepsrisico van een hogedruk aardgastransportleiding nabij Lijnden (gemeente Haarlemmermeer).

Omdat in het voorliggende bestemmingsplan nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen nabij deze leidingen worden toegestaan, heeft de Dienst Milieu en Bouwtoezicht van de gemeente Amsterdam het plaatsgeboden risico en het groepsrisico van deze buisleidingen in beeld gebracht.

Plaatsgebonden risico

In 2011 is door de Dienst Milieu en Bouwtoezicht van de gemeente Amsterdam in beeld gebracht welke afstand voor nieuwe kwetsbare objecten dient te worden aangehouden in verband met plaatsgebonden risico van buisleidingen voor kerosine, kooldioxide en aardgas (Externe veiligheidsrisico's leidingen voor gevaarlijke stoffen bestemmingsplan Lutkemeerpolder, 18 november 2011). Deze brief is opgenomen in de bijlage (zie nr. 7, bijlage 1) van de toelichting van dit bestemmingsplan.

Uit de brief van de Dienst Milieu en Bouwzicht blijkt dat het plaatsgebonden risico bij geen van de leidingen hoger ligt dan de grenswaarde van 10-6 per jaar. Dit betekent dat in dit bestemmingsplan geen PR 10-6 contour, waarbinnen geen kwetsbare objecten zijn toegestaan, voor deze buisleidingen hoeft te worden aangehouden.

Groepsrisico

Ten behoeve van de verantwoording van het groepsrisico van de buisleidingen voor kerosine, kooldioxide en aardgas heeft de Dienst Milieu en Bouwtoezicht van de gemeente Amsterdam een berekening van het groepsrisico van het LPG tankstation opgesteld (Externe veiligheidsrisico's leidingen voor gevaarlijke stoffen bestemmingsplan Lutkemeerpolder, 18 november 2011). Deze berekeningen zijn opgenomen in de bijlage (zie nr. 7, bijlage 1) van de toelichting van dit bestemmingsplan.

Uit de berekeningen blijkt dat de buisleiding voor kerosine geen relevant groepsrisico heeft, omdat het aantal aanwezige personen binnen het invloedsgebied van de buisleiding zeer gering is (minder dan 10 personen).

Het groepsrisico van de aardgastransportleiding ligt ver onder de oriëntatiewaarde.

Voor de buisleiding voor kerosine kan met de huidige modellen geen berekening worden uitgevoerd van het groepsrisico. Uit de brief van de Dienst Milieu en Bouwtoezicht blijkt dat deze buisleiding zeer waarschijnlijk geen relevant groepsrisico heeft, omdat het aantal aanwezige personen binnen het invloedsgebied zeer gering is.

Omdat het groepsrisico binnen het invloedsgebied van de buisleidingen onder de oriëntatiewaarde blijft en wordt voldaan aan het uitvoeringsbeleid externe veiligheid van de gemeente Amsterdam, een nadere verantwoording van het groepsrisico is in dat geval niet nodig.

Advies brandweer

De brandweer Amsterdam-Amstelland gevraagd om advies uit te brengen over de externe veiligheidsaspecten van de buisleidingen voor kerosine, kooldioxide en aardgas. Op 9 maart 2012 is het advies van de brandweer ontvangen (ref. 02/RoEv-2012_P). Uit het advies de Brandweer blijkt dat een plasbrand, fakkelbrand en toxische wolk de meest relevante risico zijn voor deze buisleidingen. Indien een dergelijk ongeval zich voordoet, zijn de mensen die in de omgeving van de buisleidingen verblijven over het algemeen voldoende zelfredzaam om te vluchten en/of te schuilen.

Er zijn volgens het advies van de brandweer in het bestemmingsplan geen aanvullende (ruimtelijke) maatregelen nodig om aan de eisen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico te voldoen. De brandweer adviseert wel om door enkele bouwkundige maatregelen (o.a. brandwerendheid gevels, uitschakelbare ventilatie) de zelfredzaamheid te vergroten.

Belemmeringenstrook

Volgens artikel 14 van het BEVB dient in het bestemmingsplan een belemmeringenstrook van vijf meter aan weerszijden van de buisleidingen voor kerosine, kooldioxide en aardgas, gerekend vanuit het hart van de leiding, te worden aangehouden. Daar waar deze strook binnen het plangebied ligt, is deze opgenomen op de verbeelding van dit bestemmingsplan.

5.7.6 Schiphol

Als gevolg van de aanwezigheid van Schiphol als vliegveld en de aanvliegroutes zijn risicocontouren bekend voor de omgeving van de aanvliegroutes en landingsbanen. Deze kaartbeelden zijn gebaseerd op resultaten van de MER 'Wijziging uitvoeringsbesluiten Schiphol', maar herberekend met de bijgestelde (lagere) ongevalskansen. Volgens de studie bevinden zich rondom deze routes ook plaatsgebonden risicocontouren van 10-5, 10-6 en 10-7 (per jaar). Deze zijn aan de westzijde van het plangebied gelegen. De risicocontour van 10-7 van de noord-oostelijke landingsbaan ligt ook aan de zuidzijde van het plangebied. Deze contouren liggen allen op tenminste 400 meter vanaf het plangebied en leveren daardoor geen knelpunten op.

5.7.7 Conclusies

De volgende conclusies kunnen worden getrokken ten aanzien van het aspect 'externe veiligheid' in relatie tot het bestemmingsplan:

Vervoer gevaarlijke stoffen A5 en A9

  • In het bestemmingsplan dient rekening gehouden te worden met een bebouwingsvrije zone van 30 meter vanaf de rand van de verlengde A5;

LPG tankstation Ookmeerweg

  • Binnen de contour voor het plaatsgebonden risico zijn geen kwetsbare objecten aanwezig en/of nieuwe kwetsbare objecten toegestaan;
  • Het groepsrisico in het invloedsgebied ligt onder de oriënterende waarde;
  • Nadere verantwoording van het groepsrisico is niet nodig

Buisleidingen

Het plaatsgebonden risico is nergens hoger dan de grenswaarde van 10-6 per jaar. In dit bestemmingsplan hoeft daarom geen PR 10-6 contour, waarbinnen geen kwetsbare objecten zijn toegestaan, voor deze buisleidingen te worden aangehouden. Er is geen sprake van een relevant groepsrisico, omdat binnen het invloedsgebied van de buisleidingen zeer weinig personen aanwezig zijn.

Alle leidingen dienen een belemmeringenstrook van vijf meter te hebben aan weerszijden van de leiding, gerekend vanuit het hart van deze leiding.

Schiphol

De contouren voor het plaatsgebonden risico van vliegveld Schiphol leveren geen belemmeringen op voor dit bestemmingsplan.