direct naar inhoud van Artikel 5 Gemengd - 3
Plan: Amstelstation e.o.
Plannummer: M1006BPSTD
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0363.M1006BPSTD-OW01

Artikel 5 Gemengd - 3

5.1 Bestemmingsomschrijving

De op de verbeelding voor Gemengd - 3 aangewezen gronden zijn bestemd voor:

met de daarbij behorende

5.2 Bouwregels

Op en onder de in lid 5.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen:

  • a. maximale bouwhoogte: zoals op de verbeelding staat aangegeven;
  • b. maximaal bebouwingspercentage: zoals op de verbeelding staat aangegeven;
  • c. de gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht voor zover de voorgevels van de eerste bouwlaag van de gebouwen hoofdzakelijk direct in de bestemmingsgrens worden gerealiseerd;
  • d. ter plaatse van de aanduiding “onderdoorgang”aan de oostzijde van het gebouw mag uitsluitend vanaf een hoogte van 17 meter worden gebouwd;
  • e. ter plaatse van de aanduiding “onderdoorgang” aan de westzijde van het gebouw mag uitsluitend vanaf een hoogte van 10 meter worden gebouwd;
  • f. ter plaatse van de aanduiding “dove gevel” mogen gebouwen ten behoeve van geluidgevoelige functies tot een hoogte van 45 meter uitsluitend worden opgericht indien de gebouwen zijn voorzien van een dove gevel, dan wel van een vliesgevel;
  • g. woningen mogen uitsluitend worden opgericht indien zij zijn voorzien van een geluidluwe zijde;
  • h. voor gebouwde parkeervoorzieningen gelden de volgende bepalingen:
    • 1. parkeervoorzieningen mogen tot maximaal 0,50 meter boven peil worden gerealiseerd;
    • 2. het bepaalde onder 1 geldt niet voor in- en uitritten en toegangen van deze parkeervoorzieningen;
  • i. voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte maximaal 2 meter mag bedragen
5.3 Nadere eisen
  • a. Het dagelijks bestuur kan nadere eisen stellen aan bouwplannen met een bouwhoogte van 35 meter of meer met betrekking tot de plaatsing en vormgeving van bouwwerken ter voorkoming of beperking van windhinder.
  • b. In dat kader kan dagelijks bestuur tevens van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een windtunnelonderzoek aan hen te overleggen.
5.4 Afwijken van de bouwregels

Het dagelijks bestuur is bevoegd middels een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 5.2, onder f, indien is aangetoond dat wordt voldaan aan de maximaal toelaatbare geluidsnormen zoals deze zijn vastgesteld middels het besluit hogere waarden.

5.5 Specifieke gebruiksregels

Voor de in lid 5.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksbepalingen:

  • a. de totale brutovloeroppervlakte (bvo) mag maximaal 21.500 m2 bedragen;
  • b. voor de functie wonen als bedoeld in lid 5.1, onder a, gelden de volgende bepalingen:
    • 1. wonen is uitsluitend toegestaan vanaf een hoogte van 25 m;
    • 2. de totale bvo mag minimaal 13.000 m2 en maximaal 19.500 m2 bedragen;
  • c. voor de functies als bedoeld in lid 5.1, onder b tot en met i, gelden de volgende bepalingen:
    • 1. deze functies zijn uitsluitend toegestaan tot een hoogte van 25 m;
    • 2. de totale bvo mag minimaal 2.500 m2 en maximaal 8.500 m2 bedragen;
  • d. voor horeca 5 als bedoeld in lid 5.1, onder g, gelden de volgende bepalingen:
    • 1. de bvo mag niet minder dan 500 m² bedragen;
  • e. In aanvulling op artikel 2.1, lid 1, sub c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval begrepen het gebruik van gronden en bebouwing ten dienste van:
    • 1. ongebouwde parkeervoorzieningen.