direct naar inhoud van 19.1 Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro)
Plan: Amstelstation e.o.
Plannummer: M1006BPSTD
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0363.M1006BPSTD-OW01

19.1 Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro)

In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerp bestemmingsplan verzonden aan:

  • 1. Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amstelveen;
  • 2. Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam (centrale stad);
  • 3. Burgemeester en Wethouders van de gemeente Almere;
  • 4. Burgemeester en Wethouders van de gemeente Diemen;
  • 5. Burgemeester en Wethouders van de gemeente Muiden;
  • 6. Burgemeester en Wethouders van de gemeente Ouder-Amstel
  • 7. Brandweer Amsterdam Amstelland;
  • 8. Bureau Monumenten en Archeologie;
  • 9. Dagelijks Bestuur Stadsdeel Centrum;
  • 10. Dagelijks Bestuur Stadsdeel Noord;
  • 11. Dagelijks Bestuur Stadsdeel Zuid;
  • 12. Dagelijks Bestuur Stadsdeel Oost;
  • 13. Dienst Milieu en Bouwtoezicht, Amsterdam;
  • 14. Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht;
  • 15. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier;
  • 16. Hoogheemraadschap Rijnland;
  • 17. Inspectie Verkeer en Waterstaat;
  • 18. Kamer van Koophandel Amsterdam;
  • 19. KPN Telecom;
  • 20. Liander;
  • 21. Ministerie van Defensie voor Noord-Holland en Utrecht (noord-west);
  • 22. Ministerie van Economische Zaken, Ruimtelijk Economisch Beleid;
  • 23. N.V. Nederlandse Gasunie;
  • 24. Prorail;
  • 25. Provincie Noord-Holland;
  • 26. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed;
  • 27. Rijksdienst voor cultuurlandschap, archeologie en monumenten;
  • 28. Rijksgebouwendienst, directie Noord West;
  • 29. Rijkswaterstaat;
  • 30. Stadsregio Amsterdam;
  • 31. Vrom Inspectie, Regio Noord-West
  • 32. Vrom Inspectie, Ruimtelijke Ordening en Milieuhygiëne;
  • 33. Waternet;

Hieronder geven wij eerst aan welke instanties onder dankzegging, gereageerd hebben zonder inhoudelijke opmerkingen over het concept ontwerp bestemmingplan. Van deze reacties hebben wij met instemming kennisgenomen. Vervolgens gaan wij in op de reacties van de instanties die een inhoudelijke reactie hebben gegeven. De instanties die geen bericht gestuurd hebben worden niet genoemd.

Met instemming kennisgenomen van de reacties van

Gemeente Almere
Gemeente Diemen
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
Hoogheemraadschap van Rijnland

Brandweer Amsterdam-Amstelland
Kort samengevat vraagt de brandweer aandacht voor de volgende punten.

  • 1. Fysieke veiligheid
    In het kader van de structurele aandacht voor fysieke veiligheid in ruimtelijke plannen kan een veiligheidsparagraaf in de plantoelichting worden opgenomen. In deze paragraaf kan worden toegelicht op welke wijze in het plan rekening is gehouden met veiligheidsaspecten.
  • 2. Externe veiligheid
    Het plangebied ligt nabij de spoorlijn Amsterdam - Duivendrecht. In verband hiermee zijn de externe veiligheidsrisico's onderzocht en is door de Brandweer een advies uitgebracht. In de plantoelichting wordt verwezen naar dit advies. Daarbij wordt echter niet aangegeven of de in het advies opgenomen risicobeperkende maatregelen worden overgenomen.

Reactie:

Ad 1 Fysieke veiligheid
De genoemde veiligheidsaspecten komen in het kader van de verantwoordingsplicht bij externe veiligheid aan de orde. In die zin wordt reeds in het verzoek voorzien. In zijn algemeenheid dient in een bestemmingsplan voldoende rekening te worden gehouden met de bereikbaarheid voor de nood- en hulpdiensten en bluswatervoorziening. Het bestemmingsplan heeft hierin een faciliterende rol. De stedenbouwkundige opzet van het plan en de structuur van de wegen moeten voldoende waarborgen bieden voor een goede bereikbaarheid. Daarbij biedt dit bestemmingsplan de mogelijkheid om voldoende bluswatervoorzieningen te realiseren.

Ad 2 Externe veiligheid
In het kader van het bestemmingsplan is er een risico-analyse verricht naar de externe veiligheid. In de risico-analyse zijn de risico's in en rondom het plan inzichtelijk gemaakt. Aan de hand van deze risico-analyse hebben wij geconcludeerd dat de risico's binnen aanvaardbare grenzen zijn en dat de externe veiligheid voldoet aan de gestelde normen.

De risicobeperkende maatregelen die de brandweer in haar advies voorstelt hebben betrekking op het verminderen van transporthoeveelheden, constructie van en voorzieningen bij gebouwen en goede communicatie. Wij onderschrijven het belang van externe veiligheid. Het bestemmingsplan biedt voldoende ruimte voor de genoemde maatregelen.

Bureau Monumenten en Archeologie
BMA merkt in haar reactie als volgt op.

  • 3. Dubbelbestemming archeologie
    Op de verbeelding ontbreekt de dubbelbestemming archeologie.
  • 4. Oppervlaktemaat
    De regels die betrekking hebben op archeologie komen niet overeen met de weergegeven beleidskaart in paragraaf 14.2. In genoemde paragraaf wordt het oppervlakte van 500 m2 gehanteerd, terwijl in artikel 18 lid 4 sub b onder 1 en in artikel 18 lid 2 sub c onder 1 een oppervlakte van 100 m2 is aangegeven. BMA verzoekt de oppervlakte in de artikelen in overeenstemming te brengen met de beleidskaart.
  • 5. Rijksmonument
    In oktober 2003 is het Amstelstation aangewezen als rijksmonument. De monumentale status strekt zich niet uit tot het gebouw met de hoge hal en de lagere dwarshal, maar tot alle overige en onlosmakelijke tot het stationsgebouw behorende onderdelen (de voetgangersonderdoorgangen, de luifel boven de hoofdentree, de luifel van het busstation, de treinperrons met overkapping en de wachtruimte op het spoortalud inclusief de gemetselde oostelijke wand met smalle achterliggende ruimten aan de beide voorpleinen. Ten behoeve van de helderheid beveelt BMA aan een kaartje op te nemen waarop de volledige contour van het monument staat aangegeven.

Reactie:

Ad 3 en 4 Dubbelbestemming archeologie en oppervlaktemaat
Naar aanleiding van de reactie van BMA merken wij dat de dubbelbestemming inmiddels op de verbeelding is aangegeven en de genoemde artikelen zijn in overeenstemming gebracht met de beleidskaart.

Ad 5 Rijksmonument
In de toelichting wordt aandacht besteed aan de monumentale status van het Amstelstation. Zo is in hoofdstuk vier een korte samenvatting gegeven van de redengevende omschrijving van het monument. De contouren van het gebouw en bouwhoogten zijn het in bestemmingsplan vastgelegd. Voor wijzigingen aan het station is een omgevingsvergunning noodzakelijk. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien het belang van monumentenzorg zich daartegen niet verzet (artikel 2.15 Wabo).

Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam merkt na aanleiding van het concept ontwerp bestemmingsplan, kort samengevat, het volgende op.

  • 6. Structuurplan / Structuurvisie
    Het plan past in het vigerende structuurplan "Kiezen voor stedelijkheid" gekenmerkt door het milieutype Grootstedelijk kerngebied. Op het moment van schrijven van de reactie ligt de nieuwe Structuurvisie Amsterdam 2040 "Economisch sterk en duurzaam", bij de gemeenteraad ter vaststelling. Dit plan past in de structuurvisie geformuleerde opgave van transformatie. Intensivering van het OV knooppunt Amstelstation als onderdeel van de uitrol van het centrummilieu in zuidoostelijke richting. Ook past het plan in de constatering dat 'de intensivering gaat hier hand in hand met een aantrekkelijke herinrichting van de publieke ruimte, waarmee het verblijfsklimaat van het gebied vergroot kan worden.
  • 7. Beleidsuitgangspunten visiedeel.
    Het plan voldoet aan de beleidsuitgangspunten voor wat betreft:
    • a. Kantoren - het gereduceerde kantoorprogramma is conform de uitgangspunten zoals opgenomen in de kantorenstrategie;
    • b. Detailhandel - het opgenomen metrage is conform eerder advies van februari 2008. Extra aandacht wordt gevraagd voor de opmerking dat een grote supermarkt kansrijker is dan twee kleine. De winkelplint Julianalaan wordt beschreven als extra hoog met een chique en uitnodigend karakter. De mogelijkheid om de hoogte van de plint in de bouwregels vast te leggen wordt onbenut gelaten.
    • c. Wonen - levert bijdrage aan woningbouwopgaven met 302 tot 350 woningen, gevarieerd naar prijsklasse, omvang, etc.
    • d. Water - binnen het plangebied is onvoldoende ruimte voor watercompensatie. Mogelijke oplossingen voor watercompensatie worden genoemd. De centrale stad vraagt aandacht voor in de structuurvisie genoemde te ondernemen acties in relatie tot waterberging: stimuleren van de aanleg van daktuinen en het gebruik van gevelgroen en het ontwerpen met water in de openbare ruimte.
  • 8. Hoofdlijnen van de uitvoeringsagenda
    Ten aanzien van de fasering van de uitvoeringsagenda in de structuurvisie is het plan met betrekking tot wonen en kosten voor infrastructuur en gebiedsontwikkeling in overeenstemming. Dit geldt ook voor kantoren, de verwachte uitbreidingsvraag is echter vastgesteld op basis van een verouderd scenario. De kantorenstrategie, op basis van geactualiseerde gegevens, gaat uit van een aanzienlijk lagere verwachte uitbreidingsvraag voor kantoren. De in de toelichting van het plan genoemde marktcondities kunnen daardoor resulteren in het pas zeer laat realiseren van het werkdeel. Met het oog hierop is het noodzakelijk om een antwoord te hebben op deze uitgestelde realisatie, een passende tijdelijke invulling. Temeer omdat blok A als toren een belangrijke rol krijgt toebedeeld voor het plangebied in zijn relatie met de stad en in de buurt.
  • 9. Hoofdpunten van het instrumentarium
    • a. Parkeren: vanwege de mogelijkheid tot parkeren onder het busstation is sprake van een forse overmaat van het aantal parkeerplaatsen in het plangebied. Het vastgelegde maximum van 640 parkeerplaatsen dient daarom door middel van een parkeerbalans actief te worden gemonitoord. De vraag is daarbij ook of en op welke wijze deze overmaat eventueel gebruikt gaat worden, bijvoorbeeld als P&R.
    • b. Hoogbouw: een ondergrens van 90 meter wordt genoemd, dit moet 30 meter zijn. Dit betekent dat niet alleen de toren van blok D onderzocht moet worden, maar ook de hoogteaccenten van blok A en C
    • c. HER
  • 10. Aanvullende (tekstuele) opmerkingen op detailniveau

Reactie:

Ad 6 Structuurvisie / structuurplan
Wij hebben met instemming kennisgenomen van dit punt. Het plan voldoet zowel aan de uitgangspunten van de Structuurplan 'Kiezen voor Stedelijkheid' als aan de inmiddels vastgestelde Structuurvisie 'Amsterdam 2040, Economisch sterk en duurzaam'.

Ad 7 Beleiduitgangspunten visiedeel
Met de centrale stad concluderen wij dat het plan in overeenstemming is met de beleidsuitgangspunten voor wat betreft kantoren, detailhandel en wonen. Aanvullend merken wij ten aanzien van de volgende punten op:

Detailhandel
In het plan is maximaal 2.500 m2 beschikbaar voor maximaal twee supermarkten. De keuze die in het kader van het plan gemaakt is vormt geen kernpunt van beleid. De hoogte van de plint is niet geregeld in het bestemmingsplan. In de bouwenveloppen is wel aangegeven dat de nieuw op te richten gebouwen een chique en uitnodigend karakter zullen hebben. De architect en de ontwikkelaar krijgen hiermee de gewenste mate van flexibiliteit bij de ontwikkeling van de nieuw op te richten gebouwen.

Water
Het bestemmingsplan biedt bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van gronden. De voorgestelde maatregelen zoals het aanleggen van daktuinen en het gebruik van gevelgroen zijn mogelijk binnen het bestemmingsplan gebied.

Ad 8 Hoofdlijnen van de uitvoeringsagenda

Het plangebied is een knooppuntlocatie met een zeer goede bereikbaarheid per openbaar vervoer. Volgens het beleid vastgesteld in het rapport 'Minder kantorenplannen in uitvoering 2007' heeft het de voorkeur om kantoren op deze goed bereikbare plekken te huisvesten. Marktpartijen kennen kantoren op deze locatie een goede marktpotentie toe.

De bouwenveloppen zijn gefaseerd aangeboden zodat enige sturing vanuit de uitvoeringsagenda mogelijk is. Blok A is in de tijd als laatste blok gepland en aangeboden. Vrees voor een braakliggend terrein is ongegrond, omdat de locatie pas bouwrijp gemaakt zal worden voor start bouw. Tot dat moment zal de locatie conform huidige invulling (zijnde onder andere het parkeerdek van het gebouw van Altera ) in gebruik blijven.

Ad 9 Hoofdpunten van het instrumentarium

Parkeren

In het plangebied is het maximaal aantal parkeerplaatsen vastgesteld op 640 parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen worden in gebouwde parkeervoorzieningen gerealiseerd. Nabij het busstation is daarnaast ruimte voor een taxistandplaats met 10 plaatsen en een kiss-and-ridestrook langs de Julianalaan.

Hoogbouw

In de tekst is de gestelde ondergrens van 90 meter gecorrigeerd in een ondergrens van 30 meter. In de Hoogbouw Effectrapportage (d.d. 20 april 2011) zijn de effecten van de hoogbouw van blok A, blok C en blok D nader onderzocht en de reeds verrichte onderzoeken gebundeld.

Ad 10 Aanvullende (tekstuele) opmerkingen op detailniveau
De opmerkingen zijn, onder dankzegging, overgenomen.

KPN
Kort samengevat merkt KPN het volgende op.

  • 11. Consequenties infrastructuur
    KPN voorziet ingrijpende consequenties voor de infrastructuur van KPN. Deze consequenties zouden geminimaliseerd kunnen worden door onder andere:
  • het creëren van tracés aan beide zijden van straten in openbare grond, in bermen en open verhardingen;
  • het handhaven van de bestaande tracés;
  • het vrijhouden van de toegewezen tracés van bomen en beplanting;
  • het in overleg beschikbaar stellen van ruimten voor het plaatsen van mogelijke kabelverdeelkasten van KPN.
  • 12. Parkeergarages
    Het bestaande tracé van circa 14 kabels, langs het Julianaplein komt met de bouw van gebouw A, B en C ernstig in gevaar temeer nu het bestemmingsplan op die locaties voorziet in de bouw van parkeergarages.

Reactie

Ad 11 consequenties infrastructuur
De gronden waarop de straten zijn gelegen zijn bestemd als 'Verkeer - 2' en 'Verkeer - 3'. Op deze gronden kunnen nutsvoorzieningen en ondergrondse infrastructurele voorzieningen gerealiseerd worden. Ook voor gronden bestemd voor openbare ruimte zijn deze voorzieningen toegestaan. Wij merken hierbij op dat bouwwerken, zoals regelkasten ten behoeve van een nutsvoorziening, mits niet hoger dan 3 meter, en niet groter dan 15 m2, kunnen worden geplaatst zonder dat daar een omgevingsvergunning voor hoeft te worden aangevraagd.

Ad 12 parkeergarages
Het plan voorziet in de mogelijkheid tot het bouwen van ondergrondse parkeergarages. In het kader van de planvorming en bij de realisatie daarvan, zullen wij zorgvuldig alle betrokken belangen afwegen en in overleg met KPN tot goede oplossingen komen. Inmiddels zijn wij in overleg met KPN over dit onderwerp. Overigens merken wij op dat volgens de Telecomwet een aanbieder van een netwerk kabels in de grond mag leggen zonder daarvoor een jaarlijkse vergoeding te betalen. In ruil hiervoor dient hij voor eigen kosten de kabels te verleggen indien de gedoogplichtige (gemeente) hem hiertoe verzoekt, in het geval van werken of (ver-)bouwen.

Liander
Liander merkt, in het kort, het volgende op.

  • 13. Algemene afwijkingsregels
    In de 'algemene afwijkingsregels' is geen algemene afwijking opgenomen voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen met een maximale bouwhoogte van 6 meter en een maximaal vloeroppervlak van 25 m2.Liander verzoekt een algemene ontheffing op te nemen in deze strekking.
  • 14. Gasleiding
    De gasleiding (400 8 Bar) op de Julianalaan is niet ingetekend en andere leidingen zijn niet juist ingetekend. Ter controle heeft Liander een nieuwe tekening aangeleverd.
  • 15. Afstand
    Voorts vraagt Liander aandacht voor de aan te houden afstanden tussen de bebouwing en het regelstation volgens NEN1059 en de 8 Bar leiding volgens NEN7244.
  • 16. Normaal onderhoud
    Liander vraagt zich af of het bijleggen van een kabel in een bestaande sleuf tot het normale onderhoud gerekend kan worden en daarmee omgevingsvergunningvrij.
  • 17. Dubbelbestemming archeologie
    Tenslotte meldt Liander dat de dubbelbestemming archeologie niet op de verbeelding is aangetroffen.

Reactie

Ad 13 algemene afwijkingsregels
In het bestemmingsplangebied is ervoor gekozen om de openbare ruimte, waaronder de straten, stoepen, groenvoorzieningen en pleinen zoveel mogelijk vrij van bebouwing te houden om een open structuur van het gebied te waarborgen en verrommeling tegen te gaan. Noodzakelijke voorzieningen worden zoveel mogelijk in de nieuw op te richten gebouwen geplaatst. Indien een aanvraag wordt ingediend voor het oprichten van een bouwwerk kan hiervoor, volgens de wettelijke regelgeving en procedures, een besluit voor het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning worden genomen. In dit kader merken wij op dat bouwwerken ten behoeve van een nutsvoorziening mogelijk zijn zonder omgevingsvergunning in gevallen genoemd in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het daarbij behorende besluit omgevingsrecht, bijlage II.

Ad 14 gasleiding
Het Besluit externe veiligheid buisleidingen bevat regels over het opnemen van buisleidingen in bestemmingsplannen. Het Besluit gaat uit van grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico en een verantwoordingsplicht van het groepsrisico. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen is van toepassing (voorzover hier relevant) op hogedruk aardgasleidingen, dit zijn leidingen vanaf 16 bar. In het plangebied liggen geen hogedruk aardgasleidingen. Aan de oostzijde van het Julianaplein ligt een 8 Bar gasleiding. De overige leidingen zijn gecontroleerd en op de juiste wijze ingetekend.

De leidingen in het gebied zijn geen hogedruk gasleidingen. Het plangebied is niet gelegen binnen de bebouwingsafstand of binnen een toetsingsafstand van een hoge druk aardgasleiding, er zijn dan ook geen belemmeringen voor de gefaciliteerde ontwikkelingen.

Ad 16 Afstand
Het gasdrukregel- en meetregelstation dat is gelegen in het plangebied bevindt zich nabij de Kees Boekestraat in het parkje. Het gasdrukregel- en meetstation (categorie A) is verbonden met een 8 bar gasleiding. De inrichting is niet relevant met het oog op externe veiligheid, er geldt geen veiligheidsafstand tussen opstelplaats en (beperkt) kwetsbare objecten.

Ad 17 Normaal onderhoud
Volgens de regels behorende bij het bestemmingsplan is een omgevingsvergunning noodzakelijk voor het aanbrengen van leidingen en kabels in archeologisch waardevol gebied, tenzij een van genoemde uitzonderingen van toepassing is, zoals beschreven in het bepaalde in artikel 18, lid 4,onder b, van de regels.

Ad 18 dubbelbestemming archeologie
De dubbelbestemming archeologie is op de verbeelding aangebracht.

N.V. Gasunie
De Gasunie merkt het volgende op.

  • 18. Het plan is door de Gasunie getoetst aan het toekomstig externe veiligheidsbeleid van het Ministerie van VROM voor aardgastransportleidingen, zoals dat naar verwachting begin 2011 in werking zal treden middels AMvB Buisleidingen. De circulaire "Zonering langs hoge druk aardgastransportleidingen uit 1984" zal dan komen te vervallen. Op grond van deze toetsing komt de Gasunie tot de conclusie dat het plangebied buiten de 1% lethaliteitsgrens van de dichtst bij gelegen leiding valt. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling.

Reactie

Van deze reactie is met instemming kennisgenomen.

Prorail
De reactie van Prorail heeft betrekking op de regels.

  • 19. Artikel 12 lid 1, sub i, met de bestemming Verkeer-2 zijn andere bijbehorende verkeerskundige voorzieningen mogelijk. Andere verkeerskundige voorzieningen zijn niet nader gedefinieerd. In de bestemming is een onbewaakte fietsenstalling geprojecteerd. Prorail verzoekt deze onbewaakte fietsenstalling te benoemen.
  • 20. In artikel 14, lid 1 sub d, met de bestemming Verkeer-4 en artikel 15 lid 1 sub d met de bestemming Verkeer-5 zijn openbaar vervoersvoorzieningen mogelijk. Deze openbaar vervoersvoorzieningen zijn niet gedefinieerd. Prorail verzoekt de openbaarvervoervoorzieningen nader te definiëren in de begripsbepalingen (artikel 1);
  • 21. Artikel 14, met de bestemming verkeer Verkeer-4, is een fietsenwinkel en commercie gepland. Prorail stelt voor deze functies te benoemen en mogelijk te maken in deze bestemming;

Reactie

Ad 19
In de bestaande situatie is een fietsenstalling mogelijk in de bestemming Verkeer-2. In artikel 12 is deze functie toegevoegd.

Ad 20
In Amsterdam is het niet gebruikelijk in de begripsbepalingen het begrip 'openbaar vervoervoorzieningen te definiëren. In het geval een begrip niet gedefinieerd is in het bestemmingsplan kan voor de uitlag van het begrip aansluiting gezocht worden bij het algemeen spraakgebruik. Volgens het algemeen spraakgebruik wordt onder openbaar vervoer het volgende verstaan. Het voor een ieder openstaand personenvervoer per trein, bus of auto al dan niet volgens een dienstregeling. Voorzieningen ten behoeve van of ondersteunend aan het openbaar vervoer vallen hier ook onder.

Ad 21
De fietsenwinkel en bijbehorende werkplaats zijn conform het verzoek van Prorail overgenomen en opgenomen in artikel 14.

Provincie
De provincie vraagt zich in haar reactie als volgt af.

  • 22. Het bestemmingsplan maakt nieuwe kantoorbebouwing mogelijk. Wat is de omvang van deze kantoorbestemming en past dit in de demografische en economische ontwikkeling?

Reactie

Ad 22
Voor onze reactie op de vraag van de provincie verwijzen wij naar het gestelde onder punt 6 en 7. De omvang van de kantoorbestemming bedraagt maximaal 18.250 m2 brutovloeroppervlakte. Daarnaast merken wij het volgende op.

Als kader voor de ontwikkeling van nieuwe kantoorplannen geldt het regionale Plabeka. De afspraken zijn vastgelegd in de Uitvoeringstrategie (februari 2007). Voor de Amsterdamse situatie is dit vervolgens per project vastgelegd in het rapport 'Minder kantoorplannen in uitvoering' (februari 2007). In het rapport is een maximummetrage aan nieuw te ontwikkelen kantoren. Volgens dit rapport is voor het deelplan Amstelstation en omgeving geen reductie van het planaanbod voor kantoren aanbevolen.

Inmiddels is een nieuwe kantorenstrategie en een nieuw Plabeka in voorbereiding. De nieuwe kantorenstrategie zal ingepast worden in de Regionale Uitvoeringsstrategie Metropoolregio Amsterdam. Beide stukken zullen op zijn vroegst worden vastgesteld in mei 2011. In deze stukken zal het gebied Amstelstation wederom als te behouden kantoorlocatie aangemerkt worden. Aan deze locatie kan nog maximaal 21.800 m2 kantoorruimte worden toegevoegd.

Waternet
Naar aanleiding van het toegestuurde concept merkt Waternet het volgende op,

  • 23. In de waterparagraaf wordt in een aantal gevallen niet de vigerende wetten en beleidsdocumenten beschreven. Waternet vraagt aandacht voor een zorgvuldige beschrijving van de bestaande wet- en regelgeving ten aanzien van de waterthema's. Eventuele consequenties van dit beleid en de wet- en regelgeving moeten specifiek worden weergegeven.
  • 24. Onduidelijk is hoeveel er in het plangebied wordt gerealiseerd. Daarnaast is onduidelijk waar en wanneer de compensatieopgave ruimtelijk ingepast wordt.
  • 25. In den notitie grondwaterberekeningen van het IBA (d.d. 27-8-2008) is opgenomen dat de onderkant van het freatische pakket op NAP -6,0 m ligt. Dit is een cruciale aanname gebaseerd op slechts twee boringen. Bij een andere ligging van deze onderkant kan het grondwatereffect veel groter zijn. In de heterogene ondergrond van Amsterdam is dit zeer wel mogelijk. Waternet vraagt aandacht om bij de detaillering van de parkeerkelders de noodzakelijke extra boringen mee te nemen in het geohydrologische model, ter verificatie van de dikte en ligging van het freatische pakket. De grondwatersituatie rondom het Amstelstation is complex als gevolg van de sterke verschillen in maaiveldhoogte en behoeft daarom de nodige aandacht.

Reactie

Ad 23
De waterparagraaf is aangepast conform de opmerkingen van Waternet.

Ad 24
Op basis van het schetsontwerp d.d. 1 maart 2011 is een nieuwe berekening gemaakt terzake de watercompensatie. Deze nieuwe berekeningen zijn verwerkt in de waterparagraaf van dit bestemmingsplan.

Ad 25
De genoemde aandachtspunten van Waternet zijn terecht en worden meegenomen in het voorlopig ontwerp.