direct naar inhoud van 6.3 Resultaten m.e.r. beoordeling
Plan: Amstelstation e.o.
Plannummer: M1006BPSTD
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0363.M1006BPSTD-OW01

6.3 Resultaten m.e.r. beoordeling

Zoals in het bovenstaande reeds is aangegeven is in verband met de beoogde ontwikkeling van het project 'Wibaut aan de Amstel', bestaande uit de gebieden Oosteramstel en Amstelpoort, Het gebied Amstelstation e.o maakt onderdeel uit van deze gebieden.

Het gebied bestaat uit grootschalige infrastructuur zoals de Wibautstraat en de Gooiseweg, en projecten zoals Amstelcampus en Parooldriehoek en de Transvaalbuurt. Doel van de mer-beoordeling is om informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van de plannen van het project 'Wibaut aan de Amstel' in hun samenhang te verzamelen, te interpreteren en te presenteren, zodat het bevoegd gezag een oordeel kan geven over de noodzaak van een m.e.r.-procedure. In de mer-beoordeling zijn diverse ruimtelijk relevante milieuaspecten onderzocht, zoals verkeer, luchtkwaliteit, externe veiligheid etc..

In de mer-beoordeling is een samenvatting alsmede een conclusie opgenomen over de belangrijkste bevindingen uit de beoordelingsnotitie. In het onderstaande worden deze weergegeven.

Verkeer
Het programma van Oosteramstel en Amstelpoort leidt tot een toename van 41.000 verplaatsingen per etmaal. Met de Amsterdamse omrekenfactoren resulteert dit in 8.600 extra motorvoertuigen per etmaal. De verkeersberekeningen zijn gebruikt om een indicatie te geven van het effect van Oosteramstel en Amstelpoort op de verkeersafwikkeling van de Wibautstraat, een belangrijke corridor. Het lijkt dat de soms stagnerende huidige situatie door de plannen in 2015 niet verslechtert, immers het totale verkeersvolume in de Wibautstraat/Gooiseweg en omgeving ligt in 2015 lager dan de huidige situatie. (zie verder hoofdstuk 5)

Luchtkwaliteit
Met als uitgangspunt de huidige fasering van de plannen is de uitkomst van de CAR II berekening dat tot 2015 voor de jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide en de jaargemiddelde concentratie fijn stof nergens een verslechtering in betekenende mate optreedt. Tot slot lijkt de beperkte toevoeging van bouwprogramma na 2015 in de Eenhoorn (36.976 m2 bvo) ook niet tot knelpunten te leiden inzake de Wet luchtkwaliteit. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de plannen van het project Oosteramstel en Amstelpoort volgens de huidige fasering in overeenstemming is met de Wet luchtkwaliteit 2007. (Zie verder hoofdstuk 8)

Geluid
De geluidsbelasting door wegverkeer- en/of spoorweglawaai op de omliggende bebouwing is hoog. De bouwplannen binnen Oosteramstel en Amstelpoort zijn met hogere waardeontheffingen, eventuele aanpassingen in de ontwerpen (minder geluidsgevoelige bestemmingen), toepassen van dove gevels en maatregelen voor stille zijden zoals geluidschermen en galerijschermen in principe op het aspect geluid in te passen. (Zie verder Hoofdstuk 7)

Externe veiligheid
Bij de bouwplannen van Amstelstation en omgeving en Parooldriehoek speelt het aspect externe veiligheid als gevolg van het vervoer per spoor van gevaarlijke stoffen. Voor beide nieuwbouwplannen vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering. Voor het groepsrisico is de hoeveelheid ketelwagens brandbaar gas die per jaar zullen worden vervoerd van belang en in welke samenstelling de ketelwagens brandbaar gas vervoerd worden. Bij een toename van 600 ketelwagens brandbaar gas per jaar over het spoor in een zogeheten bonte treinsamenstelling wordt de oriëntatiewaarde bij de toekomstige bebouwing overschreden. Op 3 februari 2010 hebben de Amsterdamse wethouder voor de Haven en de wethouder Ruimtelijke Ordening afgesproken dat het in de toekomst mogelijk moet zijn om dit aantal van 600 ketelwagens over de route en emplacement te handhaven. Zij hebben hierbij de eis geformuleerd dat dit gebeurd in zgn. blok- of “warme-BLEVE-vrije” treinen, waar de ketelwagens met brandbaar gas niet direct gekoppeld zijn aan ketelwagens brandbare vloeistoffen.

Doordat het vervoer van brandbaar gas over het spoor in 2020 in bloktreinsamenstelling wordt uitgevoerd, wordt voor beide bouwplannen bij de groei van het transport van brandbaar gas tot 600 ketelwagens in 2020 nog ruim voldaan aan de oriëntatiewaarde. Zie verder Hoofdstuk 9 Externe veiligheid. (zie verder hoofdstuk 9)

Natuur
Het plangebied Oosteramstel en Amstelpoort ligt geheel in een stedelijke omgeving. De bouwprojecten bestaan uit sloopnieuwbouw (= vervanging of transformatie van bestaande bebouwing) en toevoeging door verdichting van bebouwing in reeds bebouwd stedelijk gebied. Er gaat geen landelijk of bijzonder gebied als gevolg van de (bouw)projecten verloren

De conclusie is dat Oosteramstel en Amstelpoort, ten aanzien van het aspect natuur, geen belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu heeft en er dus geen bijzondere omstandigheden zijn. . (zie verder hoofdstuk 13)

Bodem
De geplande activiteiten zoals de bouw van woningen en voorzieningen hebben geen nadelige gevolgen voor de kwaliteit van de bodem. Conform de zorgplicht van de Wet bodembescherming zullen de activiteiten zodanig worden uitgevoerd dat geen verontreiniging van de bodem optreedt. Voor zover in het plangebied ernstige bodemverontreiniginghaarden voorkomen zullen deze overeenkomstig de vereisten van de Wet bodembescherming worden gesaneerd. De conclusie is dat Oosteramstel en Amstelpoort, ten aanzien van het aspect bodem, geen belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu heeft en er dus geen bijzondere omstandigheden zijn. (Zie verder Hoofdstuk 11).

Windhinder
Vanwege de geplande hoge bebouwing rondom het Amstelstation is een windklimaatonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek liet zien dat bij de oorspronkelijke bouwplannen rondom de geplande bebouwing enkele gebieden aanwezig zijn waar sprake is van een slecht windklimaat. Door enkele aanpassingen in het ontwerp (variant 3) kan de windhinder afdoende worden voorkomen. Deze variant 3 dient als referentiekader bij de verdere uitwerking van de stedenbouwkundige plannen te worden gehanteerd. (Zie verder paragraaf 16.3)

Archeologie
In aanvulling op de m.e.r. beoordeling is er een archeologisch onderzoek verricht. Uit het onderzoek blijkt dat er voor het plangebied twee archeologische categorieën van toepassing zijn. Een zone met een hoge archeologische verwachting en een zone waar de archeologische waarden reeds verstoord zijn. In geval van aanvraag bouwvergunning in het gebied waar een hoge archeologische verwachting geldt, dient er een archeologisch rapport overlegd te worden. (Zie verder hoofdstuk 14)

Hoogtebeperking Schiphol
Het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) Schiphol bevat omschrijvingen van gebieden waar sprake is van een beperking van het gebruik. Het betreft onder andere een hoogtebeperking bij het realiseren van bouwwerken. Voor het plangebied Oosteramstel en Amstelpoort geldt een hoogtebeperking van 150 m. De geplande bouwwerken in plangebied Oosteramstel en Amstelpoort zijn aanzienlijk minder hoog. De gebouwen van 85 meter respectievelijk 100 meter hoogte bij het Amstelstation zijn de hoogste binnen het plangebied. De lokale hoogtebeperking vormt geen enkel obstakel voor de bouwactiviteiten binnen plangebied Oosteramstel en Amstelpoort. (Zie verder hoofdstuk 15)

Cumulatie van effecten
Hierboven zijn kort de effecten per thema beschreven. Hieronder wordt nagegaan in welke mate cumulatie van effecten van de verschillende thema's optreedt.

De focus ligt op de thema's luchtkwaliteit en geluid. De effecten van luchtkwaliteit en geluid hangen samen met wegverkeer. Vooral de omwonenden van de grotere verkeerswegen ondervinden de effecten van beide thema's. In het plangebied Oosteramstel en Amstelpoort betekent dat het vooral de bewoners en gebruikers van bebouwing langs beide zijden van de Wibautstraat en rondom het Prins Bernhardplein het cumulatieve effect van luchtvervuiling en geluidshinder door wegverkeer ondergaan. Dit leidt echter niet tot knelpunten.