direct naar inhoud van 4.8 Externe veiligheid
Plan: De Terp
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0363.F1205BPSTD-OW01

4.8 Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en buisleidingen.


Externe veiligheid moet altijd in preventieve zin deel uitmaken van de besluitvorming bij nieuwe situaties, en kan bij besluitvorming over bestaande situaties leiden tot aanvullende maatregelen. Voor externe veiligheid ten aanzien van inrichtingen, de zogenoemde stationaire bronnen, is het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) van kracht en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, de zogenoemde mobiele bronnen, is de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, alsmede de Nota vervoer gevaarlijke stoffen (NVGS) bepalend. Deze nota is van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen en de toename van transporten van gevaarlijke stoffen. Conform de NVGS wordt er een Basisnet Weg vastgesteld. Dit omvat een netwerk van rijks- en hoofdwegen waarlangs het transport van gevaarlijke stoffen wettelijk wordt verankerd.


Het beleid voor ondergrondse buisleidingen valt per 1 januari 2011 onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Dit besluit vervangt de circulaires "Zonering langs hogedruk aardgasleidingen" (1984) en "Voorschriften zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1, K2 en K3 categorie" (1991). Het Bevb gaat uit van de systematiek zoals die in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) wordt toegepast. Dit betekent dat in het Bevb geen sprake meer is van bebouwings- en toetsingsafstanden, zoals deze werden voorgeschreven in de bovengenoemde circulaire, maar dat het Bevb uitgaat van grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico (GR).


Het PR richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen vooral op de te realiseren basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Het wordt uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon op een plaats in de omgeving van een risicovolle activiteit zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van door die activiteit veroorzaakte calamiteit. Een kans op overlijden van 1 op de miljoen per jaar (PR=10-6) wordt aanvaardbaar geacht. De PR 10-6 is een harde grenswaarde welke niet mag worden overschreden. Het PR wordt "vertaald" als een risicocontour rondom de risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten mogen liggen.


Het GR is bedoeld voor het beperken van de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR is een maat voor de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en van een daardoor veroorzaakte calamiteit. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het aantal maximaal aanwezige personen, de z.g. oriënterende waarde (OW). Het gaat om een richtwaarde. Het bevoegd gezag mag, mits afdoende gemotiveerd, van deze richtwaarde afwijken (de verantwoordingsplicht). De verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR, dus ook als de OW niet wordt overschreden.


De kans op en de gevolgen van mogelijke ongevallen zijn te berekenen in een risicoanalyse. Met de risicoanalyse is voor elke willekeurige locatie langs een route van gevaarlijke stoffen (weg, binnenwater, spoor), het risico voor de omgeving te berekenen. Eenzelfde berekening kan worden gemaakt voor inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn (chemische installaties, vuurwerkfabrieken, LPG installaties, etc.).

Onderzoek

In de onderstaande paragraaf worden de onderzoeksresultaten voor het transport van gevaarlijke stoffen door de buisleidingen in en nabij het plangebied beschreven, inclusief een toets aan de normen voor het plaatsgebonden risico en een verantwoording van het groepsrisico. In de directe omgeving komen geen risicorelevante bedrijfsactiviteiten voor.

Buisleidingen

In en nabij het plangebied liggen hogedruk aardgasleidingen. De technische gegevens van deze leidingen zijn aangeleverd op door de Gasunie. Het betreft de leidingen W-534-01 (16 inch, 40 bar) en A-561 (30 inch, 66,2 bar).

Tabel 4.6 kenmerken leidingen

Naam   Maximale werkdruk   Uitwendige diameter   PR 10-6 
risicocontour  
Invloeds-
gebied  
Afstand tot plangebied  
Aardgasleiding N.V. Nederlandse Gasunie (W-534-01)   40 bar   16 inch   0 m   170 m   circa 120 m  
Aardgasleiding N.V. Nederlandse Gasunie (A-561)   66,2 bar   30 inch   0 m   380 m   circa 100 m  


In de onderstaande figuur 4.2 zijn de ligging van de leidingen en de bijbehorende invloedsgebieden weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0363.F1205BPSTD-OW01_0005.jpg"

Figuur 4.2 ligging buisleidingen W 534-01 en A-561 met bijbehorend invloedsgebied

(bron: Dienst Milieu en Bouwtoezicht gemeente Amsterdam)

Plaatsgebonden risico

Bij beide leidingen geldt dat er geen PR 10-6 optreedt buiten de leiding. Zodoende wordt ook hier voldaan aan de grens- en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico.

Groepsrisico

De afstand tot leiding tot het plangebied W-534-01 en A-561 bedraagt respectievelijk circa 120 en 100 m. Het plangebied is binnen het invloedsgebied van beide leidingen gelegen.

In de kwantitatieve risicoanalyse die is uitgevoerd in het kader van het bestemmingsplan Dorp Sloten en Ringvaartdijk Oost is ter plaatse van het plangebied rekening gehouden met de bestaande woonfunctie. De beoogde woningen maken dus onderdeel uit van de risicoberekening die is uitgevoerd door Dienst Milieu en Bouwtoezicht (Externe veiligheidsrisico's hogedruk aaardgasleidingen bestemmingsplan Dorp Sloten (Nieuw-West, 21 oktober 2011). Uit de berekening blijkt dat het groepsrisico van beide leidingen voor het kilometervak ter hoogte van het plangebied de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden.

Verantwoording groepsrisico

Voor de verantwoording van het groepsrisico wordt het bestemmingsplan voorgelegd aan de Brandweer Amsterdam Amstelland. Het advies van de brandweer zal bij de vaststelling van dit bestemmingsplan worden betrokken.

Transport gevaarlijke stoffen

In de directe omgeving van het plangebeid zijn geen wegen, spoorwegen of waterwegen aanwezig waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De afstand tot de A4 bedraagt circa 1,6 kilometer zodat de externe veiligheidsrisico's en effecten niet reiken tot het plangebied.

Conclusie

Het plan voldoet aan het beleid en de normstelling ten aanzien van externe veiligheid. Op basis van hetgeen hierboven beschreven zijn de risico's aanvaardbaar. Na ontvangst van het advies van de brandweer wordt het groepsrisico verantwoord.