direct naar inhoud van 5.2 Planregels
Plan: De Terp
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0363.F1205BPSTD-OW01

5.2 Planregels

In deze paragraaf worden de bestemmingsbepalingen toegelicht. Het beleid wordt niet toegelicht, maar de wijze van regelen.

Hoofdstuk 1: Inleidende regels

Artikel 1: Begrippen

Hierin zijn de begrippen vermeld zoals die in het SVBP2008 zijn opgenomen, aangevuld met een groot aantal begrippen waarvoor gebruik is gemaakt van de Handreiking bestemmingsplannen van de gemeente Amsterdam en de NIROV-uitgave 'Op de digitale leest'.

Artikel 2: wijze van meten

Ook hiervoor zijn de standaarden uit het SVBP2008 overgenomen. Verder is onder meer de wijze van meten van de bouwdiepte aangegeven. Met de bouwdiepte is de ondergrondse diepte van een gebouw bedoeld.

Hoofdstuk 2: Bestemmingen

Artikel 3: Verkeer-Verblijfsgebied

Deze bestemming is gebruikt voor de openbare ruimte in het plan. Naast de verblijfsfunctie is deze bestemming vooral bedoeld voor openbaar groen en parkeren.

Artikel 4: Water

Deze bestemming is gebruikt voor al het water in het plangebied. Deze watergangen en sloten hebben een belangrijke functie voor de waterberging en afwatering in het gebied en in hun verloop is de oorspronkelijke terp nog herkenbaar.

Artikel 5: Wonen

Deze bestemming is gebruikt voor de woningen met bijbehorende tuinen. Voor de woningen is in de regels onderscheid gemaakt tussen het hoofdgebouw (2 bouwlagen met een kap) en de bijgebouwen, aan- en uitbouwen (maximaal 1 bouwlaag met een kap). Per bouwperceel mag maximaal 20% van de gronden bebouwd worden. Het bouwperceel is gelijk aan het uit te geven kavel per woning.

Alle gebouwen (dus zowel hoofdgebouw, aan- en uitbouw en bijgebouwen) dienen binnen het op de verbeelding weergegeven bouwvlak te worden gebouwd. Voor aan- en uitbouwen en bijgebouwen geldt dat deze uitsluitend achter de voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw zijn toegestaan.

Het medegebruik van de woning voor praktijk of vrije beroepsuitoefening aan huis is toegestaan, evenals het medegebruik voor consumentverzorgende dienstverlening. Dat betekent dat tandarts met een praktijk aan huis is toegestaan, maar bijvoorbeeld ook een kleine kapsalon, schoonheidssalon of nailstudio aan huis. Deze activiteiten moeten wel worden uitgeoefend door de bewoner van het huis. Het is dus niet toegestaan om delen van de woning (bijvoorbeeld een groot bijgebouw) bedrijfsmatig aan derden te verhuren voor praktijk- of kantoorruimte.

afbeelding "i_NL.IMRO.0363.F1205BPSTD-OW01_0006.jpg"

Figuur 5.1 Berekening van het bebouwingspercentage

Artikel 6 Waterstaat - Waterkering

De dijken om de Terp zijn secundaire waterkeringen. De Osdorperweg is ter hoogte van de Terp een tertiaire waterkering. De beschermingszone van de secundaire waterkering ligt gedeeltelijk over het plangebied en is dan ook opgenomen op de verbeelding. De secundaire waterkering heeft een beschermingszone van 40 meter. Voor werkzaamheden binnen de zone rond de waterkering gelden regels die zijn opgenomen in de Keur 2011 van AGV. Tertiarie waterkeringen worden over het algemeen niet opgenomen in een bestemmingsplan.

Hoofdstuk 3: Algemene regels

Artikel 7 Anti-dubbeltelbepaling

De anti-dubbeltelbepaling, beoogt te voorkomen dat door het herhaaldelijk gebruik van dezelfde oppervlakte van gronden als berekeningsgrondslag voor de oppervlaktebepaling van met name gebouwen, er op het betreffende of het aangrenzende perceel een situatie ontstaat die in strijd is met het bestemmingsplan.
Door het "overhevelen" van gronden tussen percelen, via al of niet tijdelijke huurcontracten of eigendomsoverdrachten, zou op een van de percelen of op alle betrokken percelen uiteindelijk een bebouwde oppervlakte kunnen ontstaan, die groter is dan het bestemmingsplan blijkens de regels beoogt toe te staan.

Artikel 8 Algemene bouwregels

In deze bepaling is een regeling opgenomen voor bestaande en vergunde maatvoering en situering van bebouwing die afwijkt van de voorgeschreven bouwregels. In dat geval gaan de bestaande en vergunde maten en situering voor. Vervangende nieuwbouw mag in deze bestaande maatvoering worden gerealiseerd en op de bestaande locatie. Ook bij aan en uitbouwen mag de bestaande en vergunde maatvoering worden voortgezet.

Artikel 9 Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening

Bij globale bestemmingsplannen bestaat de kans dat bij toetsing van bouwaanvragen sprake is van aanvullende werking van de bouwverordening, omdat het bestemmingsplan ter zake van de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening (zoals rooilijnen) niets regelt. Deze aanvullende werking kan ongewenst zijn, omdat het bestemmingsplan met opzet globaal is gehouden ten aanzien van deze onderwerpen. Dit artikel voorkomt dat bepalingen uit de bouwverordening alsnog van toepassing kunnen zijn.

Artikel 10 Algemene afwijkingsregels

De regels bevatten een algemene afwijkingsbevoegdheid om een aantal nodige zaken en ondergeschikte afwijkingen mogelijk te maken. Het betreft met name:

  • nutsbebouwing en bebouwing die nodig is ten behoeve van het verkeer binnen een zone van 1 meter naast de verkeersbestemmingen;
  • geringe afwijkingen van de ligging van bestemmings- en bouwgrenzen en andere grenzen, voorzover die nodig zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein;
  • afwijkingen van bepalingen, gesteld ten aanzien van maten en percentages.


Artikel 11 Algemene wijzigingsregels

In dit artikel is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van kleine overschrijdingen van de bestemmingsgrenzen.

Hoofdstuk 4: Overgangs en slotregels

Artikel 12 Overgangsbepalingen
Uitgangspunt in een nieuw bestemmingsplan is dat bestaande bouwwerken en gebruiksvormen in principe positief worden bestemd, dus als zodanig als recht zijn toegestaan. De overgangsrechtelijke bepalingen dienen om te waarborgen dat een bestaand bouwwerk of een bestaand gebruik dat niet in overeenstemming is met het nieuwe plan en waarvan sloop respectievelijk beëindiging wordt beoogd, als zodanig voorlopig kan blijven voortbestaan. Het bouwwerk of gebruik wordt dan als zodanig gedoogd totdat in de loop van de planperiode wordt beslist over sloop respectievelijk beëindiging.

Bouwwerken en gebruiksvormen die al strijd zijn met het vorige bestemmingsplan worden expliciet uitgesloten van het overgangsrecht van het nieuwe plan. Ze worden niet gedoogd onder het nieuwe plan, maar blijven in strijd daarmee. Handhaving door sloop respectievelijk gebruiksbeëindiging blijft een optie.

Uitgangspunt is dat overgangsrechtelijke situaties, zowel voor bouwen als voor gebruik, uitzonderingen zijn. Die situaties worden tijdelijk gedoogd. De bepalingen van het overgangsrecht zijn voorgeschreven in het Bro. Deze bepalingen zijn zodoende overgenomen.

Artikel 12 Slotregel

Bij deze regel is vermeld hoe het plan kan worden aangehaald.